wekken

Fra Wiktionary
Spring til navigation Spring til søgning

Nederlandsk

Udtale

Verbum

wekken

  1. (wakker maken) at vække

Bøjning

Lang tillægsform wekkend
Førnutid hebben gewekt
Bydemåde wek(t)
ik jij/je, u hij, zij/ze, het wij/we, jullie, zij/ze
Nutid wek wekt wekt wekken
Datid wekte wekte wekte wekten

Kilder

  • wekken“ i vanDale woordenboek