doorbrengen

Fra Wiktionary
Spring til navigation Spring til søgning

Nederlandsk

Etymologi

door- +‎ brengen

Udtale

Verbum

doorbrengen

  1. at tilbringe

Bøjning

Lang tillægsform doorbrengend
Førnutid hebben doorgebracht
Bydemåde breng(t) door
ik jij/je, u hij, zij/ze, het wij/we, jullie, zij/ze
Nutid breng door brengt door brengt door brengen door
Datid bracht door bracht door bracht door brachten door

Kilder