begrijpen

Fra Wiktionary
Spring til navigation Spring til søgning

Nederlandsk

Udtale

Verbum

begrijpen

  1. at forstå, begribe
  2. at indeholde

Bøjning

Lang tillægsform begrijpend
Førnutid hebben begrepen
Bydemåde begrijp(t)
ik jij/je, u hij, zij/ze, het wij/we, jullie, zij/ze
Nutid begrijp begrijpt begrijpt begrijpen
Datid begreep begreep begreep begrepen

Kilder