Spring til indhold

aantrekken

Fra Wiktionary

Nederlandsk

Etymologi

aan- +‎ trekken

Udtale

Verbum

aantrekken

  1. at trække
  2. at tiltraekke
  3. at iføre
  4. at traekke til sig
  5. (priser) at stige
  6. at tage i

Bøjning

Lang tillægsform aantrekkend
Førnutid hebben aangetrokken
Bydemåde trek(t) aan
ik jij/je, u hij, zij/ze, het wij/we, jullie, zij/ze
Nutid trek aan trekt aan trekt aan trekken aan
Datid trok aan trok aan trok aan trokken aan

Kilder