uitleggen

Fra Wiktionary
Spring til navigation Spring til søgning

Nederlandsk

Etymologi

uit- +‎ leggen

Udtale

Verbum

uitleggen

  1. at forklare
  2. at udlægge

Bøjning

Lang tillægsform uitleggend
Førnutid hebben uitgestapt
Bydemåde leg(t) uit
ik jij/je, u hij, zij/ze, het wij/we, jullie, zij/ze
Nutid leg uit legt uit legt uit leggen uit
Datid legde uit legde uit legde uit legden uit

Kilder